De kanonnen van Fort Lillo

Uit de archiefteksten, die werden onderzocht en gepubliceerd door Han Leune, blijkt dat Fort Lillo in de 17de eeuw 11 kanonnen had, van verschillende kalibers (vermoedelijk 6, 24 en 30 pond), maar steeds op wielen, niet op een rolpaard.

Model van een bronzen kanon op rolpaard met vier wielen (1649, Rijksmuseum)
Kanon van 30 pond (gewicht van de kogel) op een getrokken rolpaard met twee wielen
3D model van een 6-pond kanon volgens onderstaande technische tekening
Technische tekening van een 6-pond kanon (de Saint-Remy, Tome 1, BnF)

De kanonnen van Fort Lillo gebruikten dus onderstellen met open wielen, zoals men ook bij veldslagen in het open veld gebruikte, dat weten we uit archiefteksten. Dit heeft vermoedelijk te maken met de mogelijkheid om dit beperkt aantal kanonnen snel en gemakkelijk (dus zonder paarden) te kunnen verplaatsen op de wallen, maar ook met de strategie om slechts een beperkt aantal kanonnen permanent op te stellen.

Een 24-pond kanon in Fort Lillo, met open wielen, gericht op de Schelde, ter bewaking van de tolbarrière

Kanonnen op wielen kunnen immers niet permanent opgesteld blijven omdat het grote gewicht van de bronzen kanonsloop open wielen langzaam doet vervormen. Rolpaarden met volle wielen hebben dat probleem niet. Daarom vermoeden we dat er in Fort Lillo slechts een paar kanonnen op de wallen aan de Schelde stonden opgesteld, bijv. om een schip te beschieten dat niet bij de tolbarrière wil stoppen (de schepen stoppen aan het wachtschip in het midden van het beeld hieronder).

De hoofdtaak van Fort Lillo was het afdwingen van de tolbarrière, waarbij geen schepen mochten doorvaren

Daarnaast had Fort Lillo één of meerdere mortieren. Dit zijn kanonnen die projectielen onder een gebogen baan afschieten, bijv. granaten wanneer de vesting vanuit het hinterland belegerd zou worden. Granaten zijn holle ijzeren bollen, vol springstof en loden bolletjes (vandaag noemen we dit clustermunitie). De granaat wordt eerst ontstoken via een houten of koperen buis, waarin een substantie traag opbrandt. Door een goede timing aan te houden kan men dan de granaat in de lucht laten ontploffen en een regen loden bolletjes op de aanvallers laten neerkomen. Mortieren werden ook gebruikt om brandbommen af te vuren.

Een mortier schiet granaten (inzet) in een gebogen baan boven het slagveld, waar ze ontploffen
Mortieren konden granaten en brandbommen over wallen heen doen belanden (de Saint-Remy, Tome 1, BnF)

Het grootste deel van de kanonnen lag onder een afdak opgeslagen, samen met de voorraad kanonskogels en toebehoren. Dit betekent ook dat men regelmatig de kanonnen moest wisselen (en de soldaten dus de montage van de kanonnen regelmatig inoefenden).

Naast het kruitmagazijn lag een wapenarsenaal waar kanonnen, kogels en toebehoren werden opgeslagen

Dit afdak lag in de 17de eeuw naast het kruitmagazijn, omdat men van oordeel was dat dit bastion het minst last zou hebben van mogelijke beschietingen. Dit bastion was daarom ook groter dan de andere bastions. Onder dit afdak lagen bijv. de kanonskogels opgeslagen. Deze waren meestal van gietijzer en werden dus voor gebruik gecontroleerd op imperfecties en correcte maat met een controlebank of een handige pasvorm (H).

Voorraad kanonskogels en controlebank (waarmee men naging of de kanonskogels de juiste maat hadden)
Controlebank (I) en pasvorm (H) voor manuele controle van kanonskogels (de Saint-Remy, Tome 1, BnF)

Wanneer met een kanon wou opstellen, dan werd de gepaste kanonsloop met een mallejan uit de opslagplaats gereden en onder een driepikkel geplaatst. Met deze driepikkel kon men de loop omhoog takelen en er de affuit onder plaatsen.

Het plaatsen van een kanonsloop op een affuit, via een driepikkel met dubbele katrol
Wanneer de kanonsloop op de affuit is bevestigd, kan een paard met voorwagen het kanon verplaatsen

Voorwagens werden natuurlijk ook gebruikt wanneer de kanonnen over een grotere afstand werden getransporteerd, bijv. tussen Fort Lillo en de aanpalende schansen. 

Voorwagens bij het transport van de kanonnen naar het slagveld (de Saint-Remy, Tome 3, BnF)

Dat dit omhoog takelen, zelfs met gebruik van meervoudige katrollen, een lastige klus was toont onderstaande afbeelding uit de befaamde militaire handleiding van luitenant Surirey de Saint Remy, waarvan de eerste editie aan het eind van de 17de eeuw verscheen.

Wegen van een kanonsloop – Mémoires d’artillerie, Tome 2, Surirey de Saint Remy (BnF)

Als we dit even doorrekenen, dan moet men inderdaad een kracht van ongeveer 40 kg uitoefenen (of 2 x 20 kg) bij een vijfvoudige katrol (zie hieronder). Op de tekening hierboven zien we slechts een drievoudige katrol, dat betekent ongeveer 2 x 35 kg, dus de tekening is niet echt overdreven.

Krachtenberekening van deze driepikkel toont dat men met twee mensen het kanon kon heisen (2 x 20 kg)

Wanneer de kanonsloop met zware ijzeren banden op de affuit was vastgemaakt, kon een paard het kanon voorttrekken via een voorwagen en het aan de voet van een helling afzetten. Daar werd een touw met haak aan het kanon bevestigd en werd het omhoog getrokken via een kaapstaander.

Met behulp van een kaapstander kon men een kanon tot boven op de wallen takelen

Dat voor een 24-pond kanon, dat met onderstel ongeveer 3000 kg weegt, inderdaad vier man nodig was toont onderstaand diagram (door de helling moet men slechts een deel van de 3000 kg trekken).

De krachten wanneer men met vier man een kanon van 3000 kg boventrekt

Eenmaal op de wal werd het kanon geplaatst op een licht hellend houten vlak. Dit had meerdere voordelen. Wanneer een kanon schiet, dan loopt dit achteruit. Het hellend vlak brengt deze beweging tot stilstand en laat het kanon ook vanzelf teruglopen naar zijn oorspronkelijke positie. Daarnaast geeft het houten vlak een nette omgeving waar men zonder modder met buskruit en kanonskogels kan werken. Tenslotte sluit dit hellend vlak ook netjes aan bij de houten trede achter de wal, die schietende soldaten een iets hogere positie geeft bij het schieten, terwijl men beschermd is tegen musketvuur van de vijand als men beneden de trede staat (om bijv. zijn musket te laden).

Kanon op een houten hellend vlak met kogels, een emmer buskruit en toebehoren voor laden en reinigen

Plaats een reactie